Bijeenkomst van PrO over gasloos en duurzaam: ook Oegstgeest ontkomt er niet aan.

Op woensdag 21 februari 2018 organiseerde Progressief Oegstgeest in het kader van de gemeentelijke verkiezingen een bijeenkomst over een gasloos en duurzaam Oegstgeest. Gezien de opkomst in het Dorpscentrum was de belangstelling groot.

Melanie van Driel, lijsttrekker Progressief Oegstgeest deed na opening door Anton van Kempen, voorzitter van PrO, het welkomwoord. Zij maakte duidelijk dat voor Progressief Oegstgeest de energietransitie een belangrijk verkiezingsthema is, en dat het nu gaat over wat moet gebeuren om ook in Oegstgeest van het gas los te komen.

Het was vervolgens een vol programma met maar liefst vier sprekers.

Maya van der Steenhoven, directeur van het programmabureau Warmte/Koude in Zuid Holland, lid van de nationale warmte-tafel en initiatiefneemster van de gaslosbeweging, maakte glashelder dat de akkoorden van Parijs een gigantische maatschappelijke verandering met zich zullen meebrengen. In figuur 1 is te zien wat er zou gebeuren, als we met het huidige tempo doorgaan (in figuur WLO-hoog): een opwarming van ruim 3 graden is dan onvermijdelijk. Maar ook als de beloftes die landen hebben gemaakt allemaal uit zouden komen zal de opwarming ruim boven 2 graden blijven (in figuur WLO-laag). Voor het bereiken van de afspraken van Parijs (ruim onder 2 graden opwarming, onderste lichtblauwe lijn) is dan ook veel extra inspanning vereist.

 Figuur 1

De totale opgave voor Nederland figuur 2 laat zien dat de voornaamste energieverbruik in Peta Joule (Energiehoeveelheid waarbij 1 JP = 278 miljoen kWh) niet zo zeer in elektriciteit of mobiliteit zit, maar vooral de behoefte aan warmte. De warmtevraag van de gebouwde omgeving is hoofdonderdeel, en deze warmtevraag wordt voornamelijk door gebruik van gas ingevuld. Het is dus een hele klus als we alle woningen en kantoren en bedrijfsgebouwen binnen een periode van 25-30 jaar van het aardgas los willen koppelen. De klus omvat omgerekend alleen al 5.000-10.000 woningen per week, en daar is een grote hoeveelheid monteurs, installateurs en aannemers voor nodig die er op dit moment nog niet zijn. Maar het is veel meer dan een technische operatie: het zal invloed hebben de sociale structuren en gedrag van mensen. Niet alleen de rijksoverheid, maar juist ook gemeenten zullen hiermee aan de slag moeten. De energietransitie zal ook in de gehele Leidse regio fysiek erg veel ruimte vragen: windmolens, velden met zonnepanelen etc. zijn onontkoombaar. De energietransitie is immers geen keuzemenu, want we zullen alle natuurlijke energiebronnen nodig hebben, van geothermie, zonenenergie, windenergie en ook restwarmte. Extra ingewikkeld is dat het grootste deel van de warmtevraag in twee wintermaanden is, terwijl juist de beschikbaarheid van warmte en duurzame elektra in de zomer maanden het grootst is. Buffering van energie is daarom een belangrijke uitdaging.

 Figuur 2

In Zuid-Holland is afgelopen jaar de warmterotonde overeengekomen waarin verschillende stadskernen (van Dordrecht/Rotterdam tot de regio Den Haag/Leiden en het kassengebied in het Westland) en de industriële installaties met elkaar worden verbonden. Op deze wijze kunnen veel gebouwen van restwarmte uit de Rotterdamse haven worden voorzien. Voor de Leidse regio betekent dit een bijdrage van 1 Peta Joule [PJ], waar ook de Oegstgeester wijk Poelgeest onder zal vallen.

Uiteindelijk zullen voor de Leidse regio keuzes gemaakt worden uit verschillende scenario’s voor het gasloos maken van gebouwen. Het woningtype bepaalt mede welke keuze voor de hand gaat liggen. Een wijkgerichte aanpak met wijkambassadeurs is voor de gemeente de beste manier om hiermee te beginnen.

Raoul Santibanez is directeur van Duurzaam Bouwloket, dat door deelname van de omgevingsdienst West Holland ook voor burgers van Oegstgeest beschikbaar is. Raoul vertelde over de pioniersperiode van dit loket, en hoe dit is uitgegroeid tot bijna een landelijke organisatie. Als onderdeel van het SER energieakkoord zijn gemeentes verplicht op per 2016 over een energieloket te beschikken. Bij het Duurzaam Bouwloket kan men terecht voor adviezen op het gebied van verbouwingen en daarbij vooral het verbeteren van de energieprestaties (figuur 3). Maar ook bieden zij advies over financiering en subsidies. Het Bouwloket kan op veel vlakken adviseren, zoals spouwisolatie, vloer- en dakisolatie, HR+ beglazing maar ook de toegevoegde waarde van radiator folie. Duidelijk werd bijvoorbeeld dat als de benedenverdieping de hoofdverblijfsruimte is vloerisolatie, maar ook HR+ beglazing en spouwisolatie meer effect hebben dan dakisolatie. Ook wordt vaak de relevantie van het binnenklimaat vergeten. Goede ventilatie, een juiste vochtwerende opbouw van de muren en het dak, en een bewuste keuze in bouwmaterialen, maar ook het niet-roken in verblijfsruimtes kunnen veel gezondheidsproblemen voorkomen. Bij het beter isoleren van een woning is het belangrijk om met de ventilatie en met vocht rekening te houden.

 Figuur 3

Bijzonder aardig was ook de sheet (figuur 4) waarin Raoul de situatie in Oegstgeest in kaart heeft gebracht. Dit is gedaan op basis van de oorspronkelijke bouwsituatie. Tussentijdse renovatie is in deze sheet nog niet meegenomen. Meteen is zichtbaar dat in Oegstgeest grote verschillen bestaan in energie labels en als men het niveau van energielabel A of beter wil bereiken, nog veel moet gebeuren.

 Figuur 4

Na een korte pauze gaf Sieward Nijhuis van het landelijk milieunetwerk van GroenLinks een indruk van de omschakeling in elektrische energie en wat dit gaat betekenen aan noodzakelijke ruimte. Schaarste van ruimte zal uiteindelijk een prijsverhogend effect hebben. Als we de warmtebehoefte volledig via warmtepompen verleggen van fossiele energie naar elektriciteit, dan zal dit ook voor Oegstgeest een forse verzwaring van de elektriciteitsvraag inhouden. Daardoor wordt ook een zelfvoorzienende omgeving moeilijker.

Het realiseren van energiezuinige woningen is daarom nodig. Deze woningen worden afhankelijk van de situatie all-elektric of op een lage temperatuur warmtenet aangesloten (figuur 5). Bij lage-temperatuur (40°C) warmtenetten kan gebruik gemaakt worden van seizoen warmtebuffering: door opslag van warmte in WKO (Warmte/Koude Opslag, met diepe buizen) of warmwateropslag (ondergronds bassin). Het laatste wordt in Denemarken al geruime tijd succesvol toegepast. Vaak wordt echter legionella als specifiek probleem aangehaald, omdat het warme tapwater tot 60° moet worden verwarmd. Dit probleem speelt echter evengoed bij zuinige all-elektric woningen. Andere regelgeving in het buitenland laat zien, dat extra verwarmen lang niet altijd nodig is als men de juiste maatregelen neemt. Voor Oegstgeest bestaan verschillende kansen voor lage temperatuur warmte. Voorbeelden zijn het winnen van warmte uit asfalt van de snelweg, en de overkapping van grote parkeerplaatsen op het nieuwe industrieterrein “de Boeg” op de oude MEOB locatie. Deze locaties lenen zich tegelijker tijd ook voor het winnen van zonne-stroom.

  Figuur 5

Corjan Vliek van Energiek Poelgeest vervolgde de presentatie. In Poelgeest hebben ongeveer 400 bewoners zich bij Energiek Poelgeest aangesloten om te zorgen dat de warmte die zij via het warmtenet geleverd krijgen ook daadwekelijk duurzaam is. Een belangrijk initiatief daarin zijn de mogelijkheden voor warmtewinning uit de Klinkenbergerplas. Het initiatief Klinkenbergerplas was eerder al in Oegstgeest in de belangstelling en een verkennende studie was positief, maar door het voornemen van de warmterotonde is dit initiatief in de ijskast gezet. Voor bewoners is dit een fikse teleurstelling omdat zij streven naar een echte duurzame warmtevoorziening en geen genoegen nemen met industriële restwarmte.

In een verdere verkenning is inmiddels duidelijk dat de temperatuurgelaagdheid in de zomer in de Klinkenbergerplas uitkomst kan bieden en dat door middel van WKO techniek ook seizoen-warmteopslag kan plaatsvinden. Bijkomend voordeel van deze warmtewinning is de bestrijding van blauwalg, waardoor met deze techniek ook de waterkwaliteit kan worden verbeterd. Deze bron is bijzonder geschikt als lage temperatuur warmtebron voor warmtenetten. Voor Poelgeest zou vanwege de legionella-problematiek vooralsnog wel een opwaardering naar 70 graden nodig zijn. De warmte kan tegelijkertijd ook worden gebruikt voor de verduurzaming van het zwembad, de wijken Morsebel, Haaswijk, Bloemenbuurt, etc. maar ook als energiebron voor het nieuw geplande MEOB terrein.

Voor Poelgeest zijn er meerdere mogelijkheden. Zo kan ook worden gedacht aan de warmte uit de stroming van de Trekvaart en warmte uit nabijgelegen Rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Voor dit alles is een haalbaarheidsstudie opgezet door de bureaus IF-technology en Greenvis. Naar aanleiding van het contact met Progressief Oegstgeest heeft Energiek Poelgeest stappen kunnen zetten om dit haalbaarheidsonderzoek nieuw leven in te blazen, wat door de realisatie van de warmterotonde eerder stil is komen te liggen.

Melanie van Driel, lijsttrekker van Progressief Oegstgeest, gaf aan wat zij na de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart in een coalitieakkoord opgenomen wil zien (figuur 6). De gemeente moet serieus beleid en een visie gaan ontwikkelen hoe we ook in Oegstgeest in de komende 30 jaar onafhankelijk kunnen worden van het gas. Zo zal er veel meer aan publieksvoorlichting gedaan moeten worden over energiebesparende maatregelen. Op wijkniveau zouden zogenoemde wijkambassadeurs, moeten worden aangesteld, net zoals in andere gemeenten. En er moet ruimte komen voor initiatieven, die gericht zijn op (onderzoek naar) lokale energieopwekking en duurzame warmtenetten. Bij komende nieuwbouwprojecten moet gasloos gebouwd worden. Bij dit alles ook voldoende aandacht voor het kostenaspect. Zeker waar er investeringen gevraagd worden van inwoners met een smallere beurs.

 Figuur 6

In de discussie na de sprekers zijn nog veel vragen beantwoord over de toekomst van de salderingsregeling, de mogelijkheden van quick-win’s in de energietransitie, de financieringsmogelijkheden, isolatiemogelijkheden, off-grid gaan en nog veel meer. Tijdens de borrel is nog volop gediscussieerd en we zijn dan ook dankbaar dat het Dorpshuis net iets langer dan gebruikelijk voor ons open is gebleven. Wij hopen dat iedereen verder betrokken blijft en dat we het enthousiasme kunnen overbrengen aan de rest van het dorp.