PRO bij de begrotingsbehandeling

PRO bij de begrotingsbehandeling

Tim van Tongeren namens Pro op donderdag 6 november 2014 bij de begrotingsbehandeling

Programmabegroting 2015 – 2018 Oegstgeest.
Perspectief voor de toekomst?

Voorzitter.
Ik zou graag willen beginnen met een persoonlijke noot, die natuurlijk niet van onze tijd afgaat. PrO zet zich in deze politieke arena voluit in voor degenen die in ons hun vertrouwen hebben uitgesproken. Dat geldt, zoals u heeft gemerkt,  bij ons in het bijzonder voor hen die in belangrijke mate voor hun bestaan van de gemeente en de beslissingen die wij hier nemen afhankelijk zijn. Desalniettemin kunnen zich situaties voordoen waarin je jezelf realiseert dat er altijd nog belangrijker zaken zijn dan de politiek. Het bericht van wethouder de Boer is zoiets. Wij wensen hem en zijn gezin voor de komende periode alvast veel sterkte en beterschap toe.

Dat gezegd hebbend, en de klok kan nu starten, nu dan toch deze begroting. Eentje die de geschiedenis in zal gaan als, we kunnen het niet anders noemen dan de begroting van de gebroken beloften.

Vzoorzitter
PrO heeft voor de zomer bij de behandeling van de Perspectiefnota die de  opmaat vormde voor de thans voorliggende Programmabegroting 2015-2018 ernstig overwogen om, eigenlijk geheel in strijd met onze natuur, tegen te stemmen. Onze kritiek op het gepresenteerde perspectief was  fors. Op het allerlaatste moment hebben we, met een stevige stemverklaring van onze kant, toch voorgestemd. Voor ons gaf daarbij de uitdrukkelijke toezegging van het college bij motie 14 om de vier scenario’s en met name het scenario over ruimhartige sociale voorzieningen serieus te zullen onderzoeken de doorslag.

Zien we dat nu terug. Nee. Maar waar staat dit college dan eigenlijk wel voor? Die vraag beantwoorden is niet eenvoudig want wat het college zegt te gaan doen is vaak niet wat ze feitelijk doet. Kijk maar naar het dekkingsvoorstel van deze begroting van de gebroken beloften.

Uit deze begroting distilleren wij in ieder geval vier ideologische posities die soms wel maar vaker niet overeenkomen met het feitelijke gedrag, met het coalitieakkoord en de Perspectiefnota. Het zijn:

Politiek en beleid op basis van dialoog en eensgezindheid
Ongebreideld vertrouwen in de participatiemaatschappij
Zelfstandig Oegstgeest met sterke ambtelijke organisatie
Minimale lokale lasten

U staat volgens uw eigen woorden voor de dialoog en eensgezindheid.  Zo lezen we op pag. 3  van de Begroting ”De dialoog staat…. voorop”. En op de volgende pagina heet het “ Wij willen met uw raad werken aan een robuust en daadkrachtig gemeentebestuur. Een gemeentebestuur dat eenheid, geloof en vertrouwen ……..uitstraalt en uitdraagt. Als wij eensgezind en samen …. de schouders eronder zetten, kunnen we succesvol zijn”.

Als we dit echter afzetten tegen wat we de afgelopen maanden met vorige week als dieptepunt (of cynisch hoogtepunt) tijdens de twee raadsvergaderingen over de sociale agenda hebben meegemaakt (ik raad iedereen in het dorp aan dat nog eens op de gemeentewebsite na te kijken) dan werkt u daar zelf helemaal niet aan en zien we iets heel anders. Praten als oppositie is prima maar de uitkomst ligt al ruim van tevoren vast en is in beton gegoten. (Saillant voorbeeld het telefoontje tussen onze woordvoerder en de woordvoerder van de VVD voorafgaand aan de vergadering met de simpele boodschap: leg je er maar bij neer, we steunen jullie nergens op, in de coalitie is alles al geregeld). Dan is in de raad van enige dialoog echt geen sprake meer.

Wij stellen daarom vast dat als gevolg van de rigide opstelling van het college en met haar de coalitie het scenario voor ruimhartige sociale voorzieningen  bij de behandeling van de WMO, de Jeugdzorg en de Participatienota geen enkele kans heeft gekregen. Het college heeft daarmee de raadsbreed aangenomen motie 14 aan haar laars gelapt en koos bij de sociale agenda klip en klaar voor de meest rechts-liberale koers van de regio zonder mededogen voor de mensen die door ziekte, ouderdom, ongeval, pech of tegenspoed niet optimaal in staat meer zijn om voor hun eigen belangen op te komen. Dat neemt de fractie van PrO hoog op. Wij komen hier met moties en een amendement op terug.

Aan de andere kant, het moet gezegd,  zien we in het dekkingsplan bij deze begroting ook voorbeelden dat er wel naar ons is geluisterd. Zo zijn veel geplande uitgaven voor de uitvoering van de coalitieagenda, wellicht op basis van onze kritiek hierop bij de Perspectiefnota, geschrapt.  Bijvoorbeeld het intrekken van de uitgaven voor de Structuurvisie en het Ondernemersfonds.  Helaas is dat ook gebeurd met onderdelen die nou juist bij uitstek de zo noodzakelijke  maatschappelijke samenhang versterken.

Dat brengt me op het tweede punt, de keuze van het college voor passiviteit  en haar hardnekkige geloof daarin. We hebben het over het ongebreidelde vertrouwen in de participatiesamenleving.

Het college, zo lezen we in de Begroting in par. 2.1 op pag 6, heeft een visie  waarin de gemeente niet meer meespeelt. Het college vindt zichzelf bij wijze van spreken langzamerhand overbodig en kiest nu al voor passiviteit! Men ziet een overheid die aan de zijlijn staat in afwachting van wat  “de gemeenschap”’ (als zou ze daar zelf geen deel van uitmaken) vraagt. Hooguit kan de overheid een “faciliterende en verbindende rol vervullen” en het “vraagt om de kunst van het loslaten”. Het is een “fundamentele verandering” en “als de gemeenschap zelf opgaven niet oppakt of anders dan wij dat zouden hebben gedaan, dan moeten we dat accepteren”. De omgang met maatschappelijke problemen en kansen is immers primair aan “de maatschappij”, aan de participatiesamenleving.

Ik raad het College aan snel kennis te nemen van de Socrateslezing die afgelopen zondag in De Rode Hoed door de Utrechtse hoogleraar sociologie Evelien Tonkes is uitgesproken. Zij waarschuwt tegen precies datgene wat hier in Oegstgeest gaande is. Overigens is inmiddels een lawine van wetenschappelijke literatuur beschikbaar waarin de participatiesamenleving ook wordt geproblematiseerd.

Vooropgesteld, de participatiesamenleving lijkt prachtig. Want wie is er nou op tegen dat iedereen mee kan doen en een bijdrage levert? PrO ziet daarvan ook goede voorbeelden in Oegstgeest. Zoals betrokken mantelzorgers, goed vrijwilligerswerk, burenhulp, burgerinitiatieven (Dorpslab, Civil Society), door vrijwilligers gerunde Gemeentecentrum, buurthuizen en –winkels.

Maar dan is het hier toch wel vreemd dat onder de vlag van diezelfde participatiesamenleving het VVD/LO/CDA-college zoveel anti-participatiemaatregelen wil nemen zoals afromen van subsidies voor verenigingen, afbouw van beschermde werkplekken, het beperken van de toegang tot thuiszorg, dagopvang en daar is ie dan het sluiten van het zwembad. PrO heeft hiervoor een amendement en motie ingediend. Kennelijk wil het college in hoog tempo iedere verantwoordelijkheid voor het rijke verenigingsleven dat Oegstgeest kent afstoten. Datzelfde geldt voor enkele belangrijke voorzieningen. Zoals het zwembad. Letterlijk dreigt hiermee het maatschappelijk middenveld drooggelegd te worden. De grote participatie en sociale samenhang komt namelijk vooral voort uit datzelfde verenigingsleven. Hiermee bijt het college zich in haar eigen staart.

Wat zit hier achter?

Eigenlijk plaatst het college de participatiesamenleving tegenover de “klassieke” (onduidelijk wat dat was) verzorgingsstaat en haar professionele instituties en speelt hiermee in op populistische sentimenten.  Formele, grootschalige, anonieme organisaties deugen niet want zijn bureaucratisch en vol zakkenvullende nietsnutten, ook wel managers of bestuurders genoemd.  Informele verbanden daarentegen koppelt men met warmte en persoonlijke aandacht. Natuurlijk, bij de overheid en professionele organisaties gaat het, net als bij marktorganisaties, zo valt dagelijks te lezen, overigens, niet altijd goed. Maar door de ogenschijnlijk snelle oplossing te kiezen van het  terugtrekken van de overheid en meer ruimte te bieden voor de participatiesamenleving creëren we op deze manier nu al onze nieuwe teleurstellingen. In de informele sfeer krijgen corruptie, nepotisme, ongelijkheid en willekeur alle kansen. Dat weten we al sinds Max Weber. We moeten ook die nadelen onderkennen bijv. rond de zorg.

Met de lijn van het college wordt de emancipatie teruggedraaid immers betaalde banen in de zorg en welzijn die vnl door vrouwen worden bezet maken plaats voor mantelzorg en vrijwilligerswerk. Soms, oh ironie, door dezelfde personen ivm behoud van hun uitkering

En wat als buren niet alleen helpen maar hun hulpbehoevende buren ook financieel onder druk gaan zetten
Wat als sommige vrijwilligers ongewenste bijbedoelingen hebben.

Gaan we als zich dit soort problemen voor gaan doen dan ook ons vertrouwen in de samenleving opzeggen? Of gaan we dan vanzelf om meer controle en toezicht vragen,  wat nou net de oorzaak was  van het verlies aan vertrouwen in de overheid en grote professionele collectiviteiten? Kortom, laten we oplossingen zoeken die vertrouwen herstellen in plaats van die te verplaatsen. Dus in plaats van alles van de overheid en professionals naar de samenleving over te zetten juist nauw met elkaar samenwerken en voor zover nodig aan wederzijds vertrouwen werken.  Dit vraagt om betrokkenheid van de overheid, direct in de vorm van menskracht dan wel financieel in de vorm van subsidies. Participatiesamenleving en professionals hebben elkaar nodig en vormen geen tegenstelling.

Het derde uitgangspunt is een zelfstandig Oegstgeest met sterke ambtelijke organisatie.  Schoorvoetend, weifelend en na lang dralen heeft het College uiteindelijk voor het onvermijdelijke gekozen: versterking van de samenwerking met de Leidse regio. Een keuze die PrO al lang heeft gemaakt maar die nu zonder raadpleging van de bevolking is gebeurd overigens. Toch lijkt deze keuze nog steeds niet van harte. Immers, alle maatregelen in deze begroting zijn gericht op behoud van de zelfstandigheid. PrO vindt dat dit anders moet. We moeten goed in de gaten blijven houden dat de keus voor zelfstandigheid ten doel had de Oegstgeester gemeenschap te versterken.  Maar het College doet nu precies het omgekeerde, zij stelt de gemeenschap ten dienste van de zelfstandigheid. De gemeenschap moet tal van taken overnemen, zoals het Groenonderhoud (waarover dadelijk een motie), en onder die condities komt onafwendbaar ook bij de bevolking de vraag op tafel waarom we zelfstandig moeten blijven als dat ten koste gaat van onze voorzieningen, ons zwembad en onze sportverenigingen, kortom het hart van onze gemeenschap. Tegelijkertijd wordt een zeer forse bijdrage gevraagd voor de versterking van het ambtelijke apparaat. Wij zijn voor een goede, effectieve en efficiënte organisatie maar begrijpen niet dat de invulling losgekoppeld is van de bestuurlijke samenwerking. Goed voorstelbaar is dat met partners afspraken worden gemaakt over taakgebieden waarvoor Oegstgeest trekker voor de omgeving wordt en taakgebieden waarvoor dat niet het geval is. Niet op alle onderdelen hoeft deze gemeente op oorlogssterkte te zijn. Wij missen iedere indicatie op dit punt en gaan niet zomaar akkoord met een blinde cheque.

Daarmee het vierde en laatste punt, de minimale lokale lasten. Jarenlang waren wij de enige fractie die voor de uit de hand lopende onbenutte belastingcapaciteit heeft gewaarschuwd. Het is om die reden dat wij als PrO-fractie nu onwillekeurig moesten denken aan het nummer “Hate to say, I told you so”  van de Zweedse punkrockgroep The Hyves. Als het niet zo ernstig was zou je bijna denken dat het een grap is. Wat was het grootste programmatische verschil tussen de huidige coalitiepartijen en PrO? Onze opstelling tav de ozb. Wij zijn Berenschot dankbaar voor de uitstekende benchmark en de heldere adviezen die zij hebben opgesteld voor interventies. Laten we niet vergeten dat het venijn niet zozeer in de ozb zit maar in de negatieve hefboomwerking naar de uitkering gemeentefonds. Wij roepen het college dan ook op het niet bij deze verhoging te laten en het in de loop van deze raadsperiode (graag vlak voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen bijvoorbeeld, maakt ’t lekker transparant) nog eens met hetzelfde percentage te herhalen zodat er ook aan de reserves kan worden gewerkt. Niet de doelstelling van de laagste ozb van de regio kan immers leidend zijn maar de financiële soliditeit en het niveau van haar voorzieningen van deze gemeente. Alleen dan kan samenwerking en zelfstandigheid voor de lange termijn worden gegarandeerd.

Kortom:

Dit alles vraagt om een college dat niet, zoals dit college voorstaat, uit is op “loslaten”, maar om een betrouwbare en degelijke gemeente die niet terugtreedt maar optreedt. Wij verwachten een college met visie en politiek leiderschap. Niet een college dat alle vraagstukken over de schutting gooit en vervolgens passief afwacht tot  “de gemeenschap” haar taken oppakt of, en dat vinden wij net zo destructief,  blijft wachten tot dat ze compleet door de feiten is ingehaald waarna haar vervolgens niets anders rest dan het op grote schaal haar eigen beloften verloochenen. Want dat is toch, kort samengevat,  de situatie waarin we nu zitten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.