Perspectiefnota 2017-2020

Perspectiefnota 2017-2020

Tim van Tongeren, fractievoorzitter van PrO, aan het woord bij de behandeling van de perspectiefnota 2017-2020 in de gemeenteraad van 30 juni.

 

Voorzitter,

In principe vormt de behandeling van de perspectiefnota de aanleiding voor een discussie over concrete beleidsvoornemens en hun financiële gevolgen. Ik kan er echter, net als de vorige keer, niet om heen om kort in te gaan op datgene wat in de inleiding van de perspectiefnota als de visie van dit college wordt gepresenteerd, namelijk dat “de samenleving aan zet” is en waar termen als “de gemeente als meewerkkracht “ en “het primaat bij het dorp” worden opgevoerd. Dit straalt een behoorlijk gebrek aan bestuurlijke ambitie uit.

Elke bestuurder moet zijn beperkingen kennen maar lijdelijkheid kan geen doel op zich zijn. Die attitude bevalt ons niet en bovendien strookt het volstrekt niet met de realiteit. Laat ik even een recent voorbeeld noemen. De kadernota Mobiliteit; een verstandig werkstuk waarvan we de uitgangspunten kunnen delen en dat mede tot stand is gekomen na een inloopavond in het dorp. Inspraak is nodig en absoluut wenselijk maar vervolgens moet de bestuurder keuzes maken. Als blijkt dat dit niet de juiste keuzes zijn valt er een politiek oordeel, of hier in de Raad of later bij de volgende verkiezingen. Zeggen dat het primaat bij het dorp ligt, is het ontkennen van je bestuurlijke verantwoordelijkheid. Bovendien krijgen onze bewoners bij het voortdurende beroep op de participatiemaatschappij steeds meer in de gaten wat de ware achtergrond is namelijk bezuinigen. Kiezers smachten naar het eerlijke verhaal!

Bestuurlijke verantwoordelijkheid nemen betekent keuzes maken en het betekent ook dat je als overheid de burgers het gevoel geeft “in control“ te zijn. Dan kom ik – we vergeten de gang van zaken rond het datalek maar even – vrijwel automatisch terecht bij de problematiek rond de schuldpositie van de gemeente.

De lokale politiek heeft de laatste jaren vooral in het teken gestaan van het terugdringen van de schuld. Tijdens de vorige raadsperiode gingen we nog uit van een restschuld van 45-50 miljoen. Dit college kwam met een geschatte restschuld van rond de 60 miljoen. Gevolg: bezuinigen troef. VVD en CDA mochten daar nog een ideologisch sausje over gieten met hun participatiemaatschappij. Na laatste begrotingsbehandeling hebben we hier in Raadskader afspraken gemaakt voor een breed gedragen aanpak om de restschuld fors terug te brengen naar 50 miljoen in 2025.

Uit de Raad is een werkgroep samengesteld die zich over de problematiek heeft gebogen, maar we werden in dat verband telkens weer met nieuwe cijfers geconfronteerd met als gevolg een stapsgewijze bijstelling van de schatting. Uiteindelijk blijken we nu op een schuldniveau te zitten dat ons zonder nadere maatregelen op de uitgangspositie van de werkgroep brengt, te weten ongeveer 51 miljoen.

Dat lijkt geruststellend, maar de gang van zaken met het heen-en-weer stuiteren van de miljoenen is weinig vertrouwenwekkend. Vandaar onze zorg: zijn we wel “in control”?! Het is daarom dat mijn fractie een motie heeft ingediend die het college oproept om zo snel mogelijk met een overzicht te komen met alle onjuiste cijfers in de programmabegroting en aan te geven waar de meerjarenramingen niet kloppen.

Er zijn fracties die moties hebben voorbereid om die restschuld inderdaad op 51 miljoen vast te zetten. Wij steunen die moties niet zonder meer, omdat niet alleen de schuld bepalend moet zijn, maar schuld altijd moet worden afgezet tegen wat je als gemeente daar als bezittingen tegenover hebt staan en welk voorzieningenniveau daarmee voor onze bewoners wordt gerealiseerd. Sterker nog, uitgerekend in een periode waarin de rente vrijwel nihil is zou je dat moeten aangrijpen om investeringen te plegen.

Welke bezittingen staan er in Oegstgeest tegenover de schuld? Welnu, het totaal bedraagt, zo hebben wij mogen vernemen, 60 miljoen. Hoe is deze schuld opgebouwd: onderwijsgebouwen voor de helft van dat bedrag namelijk 30 miljoen, riolering voor 18 miljoen, sportfaciliteiten voor 10 miljoen. Kortom, belangrijke bezittingen! Schuld tegenover belangrijke bezittingen is nooit slecht en je in je politiek alleen door de schuldomvang te laten leiden vinden wij kortzichtig. Zeker nu we over gedegen plannen rond de Voscuyl worden geïnformeerd en waar zeer grote aantallen dorpsgenoten nog jaren plezier van kunnen hebben.

Het is goed om te investeren in voorzieningen waarmee Oegstgeest een goede woongemeente en een goed functionerende gemeenschap blijft. In dat verband vindt PrO het ook onbegrijpelijk dat dit college een instelling als K&O, een belangrijk onderdeel van het veelgeroemde verenigingsleven in ons dorp wil afknijpen. Dit terwijl er tegelijkertijd wel geld worden uitgetrokken voor dorpsmarketing en moet het ondernemersklimaat

tevens verbeterd worden door lokale ondernemers te bevoordelen bij aanbestedingen. Over dat laatste heb ik vorige week al mijn ernstige twijfel uitgesproken: dit is een vorm van gemeentelijk protectionisme, die als dit navolging krijgt een relatief kleine gemeente als de onze alleen maar schaadt. Moeten wij u nog uitleggen dat “eigen ondernemers eerst “ beleid meestal niet tot een duurzame economische impuls leidt?

Voorzitter, we zijn wel degelijk voor een bijdrage aan de versterking van de regionale economie maar we maken andere keuzes: wij willen dat er serieus werk wordt gemaakt van de ontwikkeling van het MEOB-terrein met ruimte voor innovatieve bedrijven gericht op duurzaamheid! In die zin bepleiten wij dat een aanzienlijk gedeelte van de middelen die voor de dorpsmarketing zijn bedoeld wordt aangewend voor de ontwikkeling van het MEOB terrein.

Ik kom bij het sociaal beleid: De 3D budgetten laten op dit moment forse overschotten zien, bij elkaar ruim €1.2 miljoen. Ik kan me goed voorstellen dat we een gedeelte van deze middelen als reserve parkeren, dat is verantwoord begrotingsbeleid, wel kan men zich de vraag stellen of we dit idee volstrekt rechtlijnig moeten toepassen als er ook groepen van mensen zijn in onze gemeenschap die een steuntje in de rug heel goed kunnen gebruiken. Het gaat hier om de bijstandsgerechtigden en de mantelzorgers en PrO kiest er voor om deze groepen tegemoet te komen middels twee moties.

Duidelijk keuzes maken, daar gaat het ook om als we het hebben over de samenwerking met de ons omringende gemeenten. Schroomvallig – ik ben niet voor niets actief in het koesteren van vergeetwoorden – heeft dit college er vorig jaar voor gekozen om zich bij de samenwerking in de Leidse regio aan te sluiten. Andere gemeenten zoals Leiden en Leiderdorp zijn daar veel duidelijker in en we roepen het college dan ook op om samen met ons zo snel mogelijk een standpunt in te nemen over de vorm van de samenwerking die wij wenselijk en nastrevenswaard vinden.

Voorzitter , ik laat mij graag inspireren door beeldspraak en vergelijkingen, zeker als ze een bijna poëtisch karakter hebben: in die zin heb ik genoten van het interview met de oude en de nieuwe fractievoorzitter van de VVD in de Oegstgeester Courant van een paar weken terug: in dat interview positioneren ze onze groene gemeente als een tuin die er goed voorstaat en alleen zo nu en dan wat water nodig heeft. Prachtig! Maar nu moeten we er wel alleen nog voor zorgen dat we ophouden met het bloemenbed te laten verdorren en voorkomen dat we uiteindelijk alleen nog maar cactussen kunnen besprenkelen.

Tim van Tongeren ProgressiefOegstgeest (PrO)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.