Raadleden reflecteren: JanGeert van der Post

Fri 24 Sep 2010, 20:08 uur

Verschenen in: Oegstgeester Courant, 22 september 2010.

 

‘Inspraak tijdens raads- en commissievergaderingen moet te allen tijde bij elk onderwerp mogelijk zijn. Dat burgers afgelopen donderdag niet de mogelijkheid kregen om in te spreken over het agendapunt Overveerpolder is een gemiste kans.'

 

Je zou kunnen zeggen dat het op 16 september een gemiste kans leek te zijn. Want inspraak en spreekrecht zijn belangrijke verworvenheden. Dat onderschrijft PrO volledig. Maar..., hoe vaak heeft men niet over de Overveerpolder kunnen inspreken? Tien keer in de afgelopen zeven, acht jaar? Voor het bestemmingsplan was er zelfs een dubbele gelegenheid om zienswijzen in te sturen. Het spreekrecht is bij allerlei deelbesluiten in het verleden ruimhartig erkend. PrO vindt dat het nu duidelijk is hoe mensen en groepen denken over het plan. Bij de laatste stap van dit bestemmingsplan is het aan de raad een besluit te nemen.

 

De Wet ruimtelijke ordening regelt namelijk precies hoe de inbreng van burgers in de besluitvorming een plaats krijgt: op een voorstel kan men zienswijzen indienen. Daarna is de raad aan zet om het bestemmingsplan vast te stellen. Door de Nota Zienswijzen heeft de raad goed zicht op de bezwaren en de reactie van het college daarop. Op zo'n moment moet de raad de verantwoordelijkheid nemen. Voor de burgers staat daarna een nieuwe ronde van inspraak (beroep) open. Inspraak in de commissie voegt daaraan niets meer toe.

 

Maar voor andere onderwerpen buiten de ruimtelijke ordening heeft de raad in Oegstgeest een goede regeling. Inspreken heeft vooral zin als besluitvorming nog niet aan de orde is, wanneer de raadsleden zich nog oriënteren. Dat is meestal in de commissievergadering. In de raad hoeft alleen nog ruimte voor inspreken te zijn als er een nieuw of een wezenlijk gewijzigd agendapunt aan de orde komt. Met die regeling is PrO het van harte eens.


JanGeert van der Post

Progressief Oegstgeest